Zintuigen
Introductie
Omschrijving: Kinderen gaan de zintuigen verkennen door het maken van voel, ruik, proef, kijk en luisterdozen.





We beginnen het project met verhalen over dieren die een specifiek zintuig sterk hebben ontwikkeld.
Les 1. Introductie van het project door het vertellen van een verhaaltje Roets de Eekhoorn.
Eindigen met de vraag: Ik zou ook wel zo goed willen kunnen kijken als Meneer Uil, zo goed kunnen horen als Snelle de Haas, zo goed kunnen ruiken als Blos de Vos, zo goed kunnen voelen als Maartje Mol en zo goed kunnen proeven als alle dieren in het bos. Kunnen jullie me helpen?
Les. 2. Dozen maken die een van de vier zintuigen (kijken, horen, ruiken en voelen prikkelen. Proeven oefenen we met een appeltaartje aan het einde van het project.
– Voelen: gat in de doos waar je je hand doorheen kan steken en dan voelen: dennenappel, takje, stukje stof, stukje touw, bubbeltjes plastic.
– Kijken: kijkdoos met transparant in deksel maken met verschillende kleurtjes, caleidoscoop?
– Ruiken: doosje met geurkaars er in, etherische olie in een doekje gespoten.
– Luisteren: schutdoosje met steentjes, rijst, propjes papier?
– Proeven: hmm.. ik denk dat we deze het beste kunnen doen door met elkaar een proeverij te maken. Verschillende kleine hapjes die we met elkaar gaan proeven.
Verdeel de klas in 4 groepen: Meneer Uil, Snelle de Haas, Blos de Vos en Maartje Mol.
Verhaaltje
Roets de Eekhoorn bakt een appeltaart
Dit verhaal gaat over een bos waar in een heel gezellig huisje een vriendelijk eekhoorntje woont. Het eekhoorntje heette Roets en kon klimmen als de beste. Ze sprong met gemak van de ene naar de andere tak en zelfs van de ene boom naar de andere en daar moet je zelfs als eekhoorn heel veel voor oefenen. Op een dag kreeg ze toch zo’n zin in een appeltaartje. Maar ze wist niet hoe ze dat moest bakken. Ze had wel een kookboek maar daar kon ze de letters niet zo goed van lezen.
Maar ze had een idee. Ze ging op zoek naar Meneer Uil. Meneer Uil was namelijk heel wijs en slim en had hele goede ogen waarmee hij zelfs ’s nachts in het donker kon zien. Maar waar Roets ook keek, ze zag Meneer Uil niet zitten.
Maar wie ze wel zag was Snelle de Haas. Ze zag hem al van verre aan komen rennen. Maar voordat Snelle de Haas met een grote vaart voorbij stoof wist Roets de aandacht van Snelle te trekken door heel hard te gaan zwaaien.
Snelle de Haas kwam in een stofwolkje tot stilstand en vroeg wat er aan de hand was. Roets vertelde Snelle dat ze graag een appeltaartje wilde bakken maar dat ze voor het lezen van het recept de hulp van Meneer Uil nodig had.
‘Nou’, zei Snelle, ‘dan zoek je hem toch op?’ En hij wilde alweer doorrennen. ‘Wacht even!’ Riep Roets. ‘Ik weet niet waar ik hem kan vinden, kun jij me helpen?’
Snelle de Haas dacht even na, het lopen ging hem beter af dan peinzen. Maar hij wist een oplossing: ‘Zoals je weet heb ik hele grote oren, daarmee kan ik horen waar Meneer Uil is.’ ‘Dat is fijn!’ Zei Roets. ‘Maar Meneer Uil kan toch heel stil zitten en ook heel geruisloos vliegen?’ ‘Dat komt dik in orde! Zei Snelle de Haas en op dat moment ging hij zitten als een standbeeld, zo stil. Niet aan hem bewoog. Roets luisterde ook, maar hoorde niets. Na enkele ogenblikken zei Snelle: ‘Meneer Uil zit in de vijfde kastanjeboom achter de vijver in het bos.’ Roets was stom verbaast maar dankte Snelle de Haas voor zijn hulp.
Roets klom in de 5de kastanjeboom achter de vijver en vond daar meneer Uil. Roets vroeg meneer Uil om mee te komen om haar te helpen bij het lezen van het recept voor de appeltaart.
Samen sloegen ze het dikke kookboek open en de Uil las voor:
Meel
Boter
Kaneel
Rozijnen
Appel
Roets haalde alle ingrediënten uit de kastjes in het gezellige huisje in het bos. Roets was er maar wat druk mee maar het deeg was klaar, de appeltjes, de rozijntjes maakten samen met de kaneel het taartje helemaal af.
‘Nu moet je de oven aanzetten en wachten tot hij warm genoeg is’ Las Meneer Uil voor uit het receptenboek.
‘Maar hoe weet ik wanneer de oven warm genoeg is? Vroeg Roets. ‘Nou, ja, hmm.. Dat weet ik ook niet. Misschien kan Maartje Mol je helpen. Maartje mol is namelijk behoorlijk blind en moet onder de grond vertrouwen op haar gevoelige pootjes.’
Onmiddellijk rende Roets naar buiten en vond Maartje Mol al snel onder een van de hoopjes grond in de wei. Maartje Mol had ook wel zin in een appeltaartje en ging maar al te graag met Roets mee.
In het gezellige huisje zat Meneer Uil een krantje te lezen en Maartje Mol voelde zo af en toe heel voorzichtig met haar pootjes aan de oven. Meneer Uil had al bijna een oogje dicht toen Maartje heel hard ‘Nu!’ riep. Meneer Uil schrok wakker maar Roets had de taart al in de warme oven geschoven. Meneer Uil sliep weer verder.
‘Maar hoe weten we nu wanneer de taart gaar is?’ Vroeg Roets aan Maartje Mol. ‘Dat kun je ruiken.’ Wist Maartje te vertellen. ‘Oja?’ vroeg Roets. ‘Nou ja, ik niet, mijn neus is daar niet voor geschikt. Maar de neus van Blos de Vos kan dat heel goed.’
‘Wacht hier, ik ga Blos de Vos halen’ Roets klom zo vlug hij kon een hoge boom in en keek om zich heen. Daar! Daar bij het kippenhok was Blos de Vos. Waar anders! Roets rende via de bomen en de takken naar het kippenhok waar ze Blos de Vos onrustig voor het kippenhok zag ijsberen. ‘Blos, ik heb je hulp nodig!’ ‘Wat kan ik voor je doen?’ Vroeg Blos. ‘In mijn huisje staat een taart in de oven en mijn vraag is of jij kunt ruiken wanneer die klaar is’ Vroeg Roets. ‘Natuurlijk kan ik dat!’ Zei Blos de Vos en hij begon al te likkenbaarden. Samen liepen ze naar het huisje van Roets waar het inderdaad al heerlijk begon te ruiken. Na een poosje zei Blos de Vos: ‘Nu!’ En dat was het moment dat Roets de appeltaart uit de oven kon halen.
Meneer Uil wreef zijn ogen uit, Maartje Mol keek handenwrijvend naar de taart, Blos de Vos snoot nog even zijn neus. Maar voordat ze allemaal een stukje taart hadden gekregen werd er op de deur van het gezellige huisje in het bos geklopt. Roets deed de deur open: ‘Snelle! Je komt als geroepen, we beginnen zojuist aan het appeltaartje! Hoe wist je dat?’ ‘Ik heb toch hele goede oren!’ Zei Snelle. ‘Ik hoor precies wat ik moet horen en al het andere niet.’
Samen gingen ze aan tafel en ze smikkelde allemaal van het heerlijke appeltaartje.
‘Wat ziet de taart er lekker uit’ Zei Meneer Uil.
‘Wat is hij lekker warm!’ Zei Maartje Mol
‘Wat ruikt de taart toch lekker’ Zei Blos de Vos
‘Wat knispert het haardvuurtje toch wijn’ Snelle de Haas
‘Wat smaakt de taart toch lekker!’ Zei Roets de Eekhoorn.
En daar was iedereen in het gezellige huisje in het bos het helemaal mee eens!
Liedje
